Hoe het goud van de rijken in de Munttoren terecht kwam

Toeristen, bloemen, winkels – het is altijd een drukke boel op het Muntplein, maar heb je in al die bedrijvigheid wel eens naar boven gekeken? De Munt ontstond in een roerige tijd en vormt een belangrijk onderdeel van de Amsterdamse geschiedenis.

Brand in de stadsmuur

Tegenwoordig kun je nog op drie plekken in Amsterdam zien waar de stadsmuur stond: de Schreierstoren, de Sint Anthoniepoort (de Waag) en de Regulierspoort vormden ooit de toegang tot de stad en zijn goed bewaard gebleven.

In 1618 ontstond brand in de stadsmuur waarin de Regulierspoort en haar twee torens (gedeeltelijk) sneuvelden. Eén van de torens werd herbouwd met behulp van de architect Hendrick de Keyser. Die toren kennen we vandaag de dag als ‘De Munt’.

Rampjaar

In 1672 voltrok zich een ramp: Nederland werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Keulen en Munster. Al snel werden Utrecht, Gelderland en Overijssel bezet. Voor de strijd was een hele hoop geld nodig. Daarop bedachten de Staten van Holland iets slims: ze lieten de rijken extra belasting betalen over hun inkomen. Deze belasting hoefde niet per se in munten betaald te worden, er mochten ook zilveren en gouden voorwerpen worden gebruikt om te betalen.

Amsterdamse munt

Normaal gesproken zouden er munten worden geslagen van al die zilveren en gouden kandelaars, bokalen, bestek en sieraden. Maar aangezien de munthuizen van Dordrecht en Enkhuizen zich in bezet gebied bevonden kreeg Amsterdam tijdelijk het recht om munten te slaan. Voor de plek voor het slaan van een eigen munt werd het stenen wachthuis van de voormalige Regulierspoort aan het einde van de Kalverstraat gekozen, vlak onder de toren.

Zilveren rijders en gouden dukaten

Er werden gevluchte experts ingevlogen uit bezette gebieden als Zwolle en Overijssel die stempels sneden en de munten controleerden op de gebruikte hoeveelheid zilver en goud. Op de ‘zilveren rijders’ en ‘gouden dukaten’ die geslagen werden prijkte trots het wapen van Amsterdam.

Au revoir

In 1673 trokken de Fransen zich terug en werd het Amsterdamse munthuis overbodig. Dat Amsterdam flink zijn best heeft gedaan in die tijd blijkt wel aan het aantal munten dat in dat ene jaar geslagen werd: 1.386.230 zilveren rijders en 56.560 gouden dukaten. Dat zijn er zo’n 4000 per dag…

Herberg

Na deze tijd veranderde het munthuis in een herberg, die toepasselijk ‘De Munt’ heette. In 1877 werd het gebouw gesloopt en vervangen door een steviger geval, dat er vandaag nog staat. Het Muntplein ontstond toen de brug verbreed werd en de voetgangersdoorgang werd in 1938 gecreëerd.

Nu je de geschiedenis kent: kijk eens naar boven als je onder de munt door vaart. De toren is niet allen prachtig om te zien maar heeft ook een turbulente geschiedenis doorstaan.

Deel deze pagina: